In mei … start September

Hij blies lucht in zijn wangen terwijl hij de trappen van het podium besteeg: hij was zichtbaar overweldigd door het aantal medewerkers in de open ruimte. Circa 350 collega’s waren bijeengekomen om te horen hoe hij handen en voeten zou gaan geven aan de nieuwe bedrijfsvisie. De stemming was licht gespannen. Hij rechtte zijn rug- zijn pantalon was aan de lange kant. Een glimlach kon er nog even niet van af.
Hij brak het ijs vrij snel door de sfeer “intiem” te noemen. De menigte lachte en je zag zijn gezicht ontspannen, zijn ogen glanzen. Daar ging hij: op naar de eerste slide van de formele, kleurloze maar correcte PowerPointpresentatie die men voor hem had samengesteld. Hij was zijn serieuze verhaal begonnen.

Vragende gezichten
Veel vragen waren van de gezichten van de toehoorders af te lezen — maar dééd hij dat ook? — terwijl hij aan het woord was. ‘Het verschil is denk ik zichtbaar met een tijd geleden.’ (O ja, welk verschil dan concreet?) ‘We doen er alles aan om het intern op te lossen.’ (Wat is ‘alles’?) ‘Dit soort dingen werkt alleen als je het aan de bovenkant voordoet, zeg maar.’ (Waarom is dat zo? En hoe doet onze eigen ‘bovenkant’ dat dan voor?) ‘Ik zie Henk hier staan, van Krediet’ zo sprak hij. ‘Wie is Henk?’ zag je de luisteraars denken.
Gelukkig voelden aardig wat mensen zich uitgenodigd om de microfoon te pakken en hun vragen tot hem te richten. Bij de start van zijn antwoord op de eerste vraag zuchtte hij hoorbaar — dit zou hij vaker doen.

‘Afgevinkt’ en opgelucht
Hij pakte er een bundeltje A4tjes bij, stond wat voorovergebogen in zijn papieren te bladeren en zette zijn leesbril op- het montuur deed wat gedateerd aan. O ja, nu dat éne onderwerp: vrouwen naar de toplaag helpen. ‘We doen ontzettend ons best’, zo zei hij. Sommige vrouwen in de ruimte fronsten, gingen wat rechter staan. In het midden bleef, wát er concreet werd gedaan, waarom, of hoe. ‘Het moet rapper gaan, maar je moet wel reëel blijven’ vervolgde hij. ‘Vrouwen in traineeprogramma’s vallen toch weer af, omdat ze weer andere prioriteiten hebben.’ Een paar schampere lachjes waren hoorbaar — registreerde hij dat? Had hij tevoren bedacht om deze opmerking te plaatsen?
‘Wat vindt hij nu zélf?’ vroeg ik me af, terwijl hij zijn armen over elkaar vouwde. Ik kreeg niet het gevoel dat hij warm liep voor dit thema, er zelf in gelóófde. Zijn stem klonk weinig gloedvol en het voelde ‘afgevinkt’ toen hij het onderwerp binnen een minuut achter zich liet. Weerspiegelde zijn lichaamshouding nu opluchting?

Septembers snelle bloed
Welnu: dit soort bijeenkomsten bijwonen, de hoofdpersoon observeren en feedback op maat geven, dat is waarom September is opgericht. Omdat mijn bloed er sneller van gaat stromen als managers en bestuursleden zich bewuster worden van hun (non-verbale) communicatie. En vervolgens sprongen maken in de manier waarop ze presenteren, een vergadering leiden. Ik probeer ze uit te nodigen om méér van zichzelf te laten zien — van wat ze werkelijk vinden, waar ze betrokkenheid bij voelen. Om te verbinden met de specifieke doelgroep. En daarbij zeg ik wat er goed gaat en benoem op een gestructureerde manier alle aspecten die beter kunnen, onderbouwd met argumenten. Sociaal wenselijke feedback horen mensen van dit niveau immers al genoeg, als ze om commentaar vragen. Ik ben in de positie om onbevangen te adviseren.

Jouw presentatiekracht
Ik ben begonnen met bloggen om te laten zien, hoeveel facetten er van belang zijn als je spreekt in het openbaar. Taalgebruik, oogcontact, mimiek, uiterlijk, dictie — om er een paar te noemen. Misschien inspireert het om (opnieuw) stil te staan bij jouw eigen manier van communiceren. Wie weet wat het je kan brengen, als je je presentatiekracht analyseert/ laat analyseren. Om met bovengenoemde man te spreken: ‘Dat je dat allemaal kunt zíén…!’